Hoe kan ik vermijden om metingen te nemen als de gecontroleerde apparatuur niet actief is?

Home > Documentatie > Kennisdatabase > Hoe kan ik vermijden om metingen te nemen als de gecontroleerde apparatuur niet actief is?

Hoe kan ik vermijden om metingen te nemen als de gecontroleerde apparatuur niet actief is?

Voor softwareversies t.e.m. 1.6.2

U kan een grenswaarde instellen voor de Trillingssensor om de creatie van nutteloze data te vermijden. Deze grenswaarde kan ingesteld worden in de ‘Vibration Download’-sectie.

 

OPMERKING: de ingestelde grenswaarde geldt niet voor handmatig opgenomen metingen met de REC-knop.

 

 

Nadat de sensor een meting voltooid heeft, worden er een aantal samples (‘Prefetch’-getal in de bovenstaande figuur) gedownload en de RMS-waarde van deze samples wordt berekend. Als deze gemeten RMS-waarde hoger is dan de grenswaarde, dan wordt de volledige meting verwerkt en opgeslagen in de OPC database. Anders wordt deze meting weggegooid.

 

 

Voor softwareversies vanaf 1.6.3

U kan een grenswaarde instellen voor de Trillingssensors, de Piëzo-elektrische Accelerometers en de Stroomklemmen om de creatie van nutteloze data te vermijden. Deze grenswaarde kan ingesteld worden in de ‘Download Filter’-sectie.

 

OPMERKING: de ingestelde grenswaarde geldt niet voor handmatig opgenomen metingen met de REC-knop.

 

 

De histogramgrafiek (zie de afbeelding hierboven) toont het piekvermogen dat in de sensor wordt gemeten in de loop van de tijd. De grafiek toont de piekvermogensniveaus van de laatste 50 metingen als een blauwe balk op een logaritmische schaal met de balk van de nieuwste meting aan de linkerkant en de balk van de oudste aan de rechterkant. Elke blauwe balk stelt een gereduceerde maar volledige pre-download van een historische meting (vorige data-acquisitie) voor over de volledige meetperiode. Dit in tegenstelling tot de oude drempelversie waar alleen de eerste “prefetch” meetsamples werden gedownload voor de berekening van een ruwe RMS-waarde die vervolgens werd vergeleken met de ingestelde grenswaarde (in “g”-eenheden). Door dit beperkt aantal samples te gebruiken, kunnen effecten die pas later in de tijdreeks geregistreerd zijn, worden gemist.

 

Grenswaarde:

De rode lijn in de histogramgrafiek stelt de ingestelde grenswaarde voor. Als het niveau van de blauwe balk boven de grenswaarde ligt, wordt de volledige meting gedownload en wordt er bovenaan de grafiek een groene indicatie weergegeven.

 

  • De grenswaarde instellen op “none” (standaardinstelling): de volledige meting wordt altijd gedownload, zelfs als de apparatuur inactief is (de grafiek toont een volle groene lijn bovenaan).

 

 

  • Als u de grenswaarde instelt op “30%”, ziet u dat in dit voorbeeld de laatste 50 metingen en alle toekomstige metingen nog steeds volledig worden gedownload (de grafiek toont een volle groene lijn bovenaan).

 

 

  • De grenswaarde instellen op “60%” laat zien hoe de laatste 50 metingen zouden zijn gedownload voor dit voorbeeld (de grafiek zal bovenaan groene stippen tonen voor de gedownloade metingen). De grenswaarde is nu nauwkeurig ingesteld voor toekomstige metingen.

 

 

Opmerking: als er nog geen metingen beschikbaar zijn, is het moeilijk om de juiste grenswaarde in te stellen. In dit geval is het aanbevolen om de automatische metingen in te schakelen, het gewenste meetinterval in te stellen en de grenswaarde op “none” te laten staan. Wacht tot er voldoende metingen zijn gedownload om de histogramgrafiek te vullen voordat u de grenswaarde instelt.

 

Opmerking: om batterijvermogen te sparen, is het belangrijk om de grenswaarde in te stellen op iets hoger dan “none” om volledige downloads te voorkomen wanneer de gecontroleerde apparatuur niet actief is. Het resultaat is dat de levensduur van de batterij kan worden verlengd, omdat er minder gegevens verzonden moeten worden.

 

Aantal extra meetpogingen:

De “Retry”-instelling in de “Download Filter”-sectie stelt het aantal extra meetpogingen na het ingestelde meetinterval voor (als de grenswaarde nog niet overschreden is). Als het meetinterval bijvoorbeeld is ingesteld op 30 minuten en het aantal nieuwe pogingen op “5x”, wordt er een eerste meting gemaakt na de ingestelde 30 minuten. Als het piekvermogensniveau van die opgenomen meting onder de grenswaarde ligt, worden er elke 6 minuten extra meetpogingen uitgevoerd (5 binnen elk meetinterval) totdat één van de metingen een vermogensniveau boven de ingestelde grenswaarde heeft. Die volledige meting wordt dan gedownload. Na de volledige download wordt er pas een nieuwe meetpoging uitgevoerd nadat het ingestelde meetinterval van 30 minuten is verstreken.

 

 

  •  Als de acquisitiemodus is ingesteld op “Peak”, wordt de meting altijd gedownload aan het einde van het ingestelde meetinterval (indien boven de grenswaarde). De sensor meet continu maar slaat alleen de meting met het hoogste geregistreerde piekvermogen gedurende het ingestelde tijdsinterval op (bijvoorbeeld een tijdreeks met een impact). Deze opgeslagen meting wordt dan aan het einde van het meetinterval gedownload. U ontvangt dus de “slimme” gebeurtenis-gestuurde sensordata. Het aantal nieuwe meetpogingen hoger dan “1x” instellen, heeft in deze acquisitiemodus alleen zin in enkele zeldzame gevallen zoals bijvoorbeeld in het geval van een slechte draadloze verbinding.

 

 

 

  • Als de acquisitiemodus is ingesteld op “Instant”, wordt de meting opgenomen en gedownload aan het einde van het ingestelde meetinterval (indien boven de grenswaarde). U ontvangt dus de “niet slimme” puur op tijd gebaseerde sensordata. Als het aantal nieuwe pogingen is ingesteld op meer dan “1x”, dan verlengt de sensor het meetinterval met meerdere extra meetpogingen (als de grenswaarde nog niet is overschreden) voor het verkrijgen van bijvoorbeeld een niet-stationaire meting direct na het meetinterval. Als alle nieuwe pogingen onder de grenswaarde liggen, wordt het meetinterval nog verder verlengd met meer extra meetpogingen. Als één van die herkansingen de grenswaarde overschrijdt, wordt die volledige meting gedownload. Na de succesvolle download wordt de volgende meetpoging pas gestart nadat het volledige ingestelde meetinterval is verstreken. De metingplanner gebruikt dus de laatste download als referentiepunt. De retry-functie stelt ons in staat om meer niet-stationaire metingen te verkrijgen wanneer een machine met tussenpozen werkt.

 

 

 

Opmerking: “Peak”-modus is alleen beschikbaar voor de kabel-gevoede sensoren en niet voor de batterij-gevoede sensoren. Voor de sensoren op batterijen is “Instant” de standaard acquisitiemodus en daarom wordt de selectie-box voor de acquisitiemodus ook niet weergegeven in het Sensordashboard.

 

Opmerking: het gebruik van de retry-functie zal natuurlijk meer batterijvermogen verbruiken dan het nemen van slechts 1 meting per meetinterval, maar het batterijverbruik zal lager zijn dan in het geval van een kort meetinterval waarbij de metingen altijd worden gedownload (inactief of niet).