FAQ

iQunet > FAQ

FAQ

Q1: Hoeveel draadloze sensoren kan een iQunet sensornetwerk aan?

Het aantal sensoren is virtueel onbeperkt. Er staat geen limiet op het aantal sensoren in één iQunet sensornetwerk. Het is ook mogelijk om verschillende sensortypes te combineren binnen in één netwerk. De centrale netwerknode is het basisstation. Alle data die door de sensoren verzameld wordt, wordt opgeslagen op de iQunet server vastgehecht aan het basisstation.

Q2: Wat is het bereik van de draadloze iQunet sensor?

Het bereik van een iQunet sensor is enkele honderden meters in open veld. In industriële omgevingen is het bereik kleiner door interferentie en reflecties. Als de sensor volgens onze instructies gemonteerd is, kan u een bereik tot 50 meter bekomen in een relatief open fabrieksomgeving. In een erg dichte fabrieksomgeving met metalen constructies overal, zal het bereik gaan tot 30 meter. Als de sensor of het basisstation in een metalen kast wordt gezet, zal het bereik dalen tot minder dan 10 meter. U kan altijd de signaalsterkte nakijken op het sensordashboard om te zien of de sensor in staat was contact te maken met het basisstation. Door restricties van de regering in het gebruik van de vrije frequentiebanden is het niet toegelaten om het uitzendvermogen van de sensor te verhogen, ook al zouden we dat kunnen.

 

 

Q3: Kan ik het bereik van het sensornetwerk vergroten?

Ja, dat kan! U kan een iQunet repeater gebruiken om het bereik van het sensornetwerk uit te breiden. Er kan een onbeperkt aantal repeaters toegevoegd worden binnen het bereik van het basisstation. Elke repeater kan op zijn beurt een onbeperkt aantal sensoren bedienen. Er mag echter niet meer dan één repeater aanwezig zijn tussen elke sensor en zijn basisstation. Als er meerdere repeaternodes in het netwerk aanwezig zouden zijn, zou de activiteit van de radiotransmitters in de sensors drastisch verhogen. Door dit te vermijden kunnen we u een lange batterijlevensduur garanderen.

Q4: Wat is de levensduur van de 2 batterijen in de sensors?

De iQunet sensor is ontworpen om dagelijks 1 draadloze meting te doen. Zo krijgt u 365 maal meer metingen dan bij 1 manuele meting per jaar. Per batterijpaar kunnen er ongeveer 10000 metingen gedaan worden. De batterijlevensduur hangt dus af van de sensorinstellingen die u op het sensordashboard ingeeft.

 

De batterijen van de trillingssensor gaan bijvoorbeeld tot 5 jaar mee als er elke dag één trillingsmeting van 4096 samples over de 3 assen wordt gedaan. Elke as telt als 1 meting.

 

10000/3/365 = 9.1 jaar > ± 5 jaar

 

Rekening houdend met lek over de batterij gaan we uit van een levensduur van ongeveer 5 jaar bij metingen van 4096 samples en een wakeup-tijd van meer dan 60 secondes.

 

Bij 1 meting per minuut geeft dit in theorie een levensduur van: 10000/3/(60×24) = 2.3 dagen

Bij 1 meting per uur geeft dit in theorie een levensduur van: 10000/3/24 = 138.9 dagen

 

Een belangrijke opmerking hierbij is dat de batterijen zuiver geïnstalleerd moeten worden. De sensorelektronica heeft een extreem laag vermogenverbruik. Door bijvoorbeeld de CR2032 knoopcelbatterijen aan te raken zal er wat vuil achterblijven op de batterijen waardoor er een lekstroom over de batterijpolen kan stromen. Hierdoor wordt de levensduur van de sensor met wel 50% ingekort!

 

Het is eveneens belangrijk om ervoor te zorgen dat de sensor zich binnen het draadloze bereik van het basisstation bevindt. Als de sensor op de limiet van dit bereik zit, neemt het batterijverbruik toe omwille van de extra verbindingen die nodig zijn voor het doorsturen van de gegevens.

 

Q5: Is het mogelijk om een magnetische basis vast te maken aan de draadloze sensor zonder de signaalkwaliteit te verstoren?

Ja, dit is mogelijk. Sommige van onze sensoren zoals bijvoorbeeld de trillingssensor zijn niet gevoelig voor magneten. U kan deze sensoren dus op een magnetische basis monteren en zo snel online metingen starten. Andere sensoren zoals de nabijheidssensor werken op basis van een meting van het magnetisch veld. Het zou dus niet zinvol zijn om deze sensoren op een magnetische basis te monteren aangezien de metingen dan verstoord worden.

Q6: Ik ben een test aan het doen met de trillingssensor en ik meet 1gRMS terwijl de sensor niets aan het meten is (hij ligt gewoon op de tafel). Waarom gebeurt dit?

De trillingssensor bevat een acceleratie-MEMS-chip. Zelfs wanneer deze sensor gewoon op tafel ligt, meet deze de zwaartekracht. Afhankelijk van hoe de sensor op de tafel ligt, gaat u een +1g of -1g waarde zien op de as in lijn met de zwaartekracht. U kan de hoogdoorlaatfilter in het sensordashboard instellen om deze zwaartekrachtmetingen uit de grafieken te filteren.

Q7: Hoe kan ik vermijden om metingen te doen met de trillingssensor wanneer het ronddraaiende materiaal stil staat?

U kan in het sensordashboard een grenswaarde instellen voor de trillingssensor om de creatie van onbruikbare data te vermijden. Als de RMS-waarde berekend over de eerste samples van de meting groter is dan deze grens, dan wordt de volledige meetdata verwerkt en opgeslagen in de OPC database. Als de RMS-waarde kleiner is, dan wordt deze meting weggegooid.

Q8: Kan ik reeds geïnstalleerde analoge sensoren controleren met het iQunet sensornetwerk?

We werken aan een systeem om analoge sensordata te digitaliseren en in OPC te bewaren met een tijdstempel. Op deze manier kan u bestaande analoge monitoringsensors combineren met de draadloze iQunet sensors en alle data in één enkele database opslaan voor verdere verwerking. We houden u op de hoogte via onze website.

Q9: Moet ik software installeren en licenties kopen om een sensornetwerk te kunnen opzetten en te starten met monitoren?

Neen, buiten een browser om naar het iQunet sensordashboard te kunnen surfen heeft u geen andere software nodig. Bovendien moet u geen enkele licentie betalen. U heeft bij aankoop van ons product betaald voor zowel de hardware als de hierop geïnstalleerde software. Wij raden het gebruik van de Chrome-browser aan, maar elke browser die webRTC-ready is, voldoet (zie http://iswebrtcreadyyet.com/legacy.html om te kijken of uw browser deze open source ontwikkeling ondersteunt). U kan het sensordashboard vanop elk apparaat (laptop, smartphone, tablet, enz) openen in de browser van uw keuze.

Q10: Waar wordt mijn data opgeslagen? Moet ik een cloudkost betalen?

De sensormetingen worden opgeslagen op de iQunet server die u aankoopt samen met de sensors en de netwerkcomponenten. Deze server draait verschillende processen en bevat een database. (Wij berekenen “in the edge – not in the cloud”). De ingebedde OPC UA server zorgt ervoor dat u gratis aan uw data kan vanaf elke OPC UA client. Het is de visie van iQunet dat de data die verzameld is door de klant, ook kosteloos toebehoort aan de klant. Natuurlijk moet u wel stabiele netwerktoegang hebben om de server aan te kunnen spreken en de data te visualiseren of om de data op te halen via OPC UA servercommunicatie.

Q11: Wat gebeurt er als het internet of intranet faalt?

Zolang de servers (en repeaters) verbonden zijn met het 230V-hoofdnet, blijft de datacollectie en monitoring verder gaan zelfs zonder internet/intranetconnectie. Het iQunet sensornetwerk blijft draaien omdat wij “in the edge” werken en niet “in the cloud”. De data wordt opgeslagen vlakbij het sensornetwerk. Alleen de visualisatie (via browser) gebeurt over het netwerk.

Q12: Hebben jullie een temperatuursensor?

Al onze sensoren op batterijen hebben een temperatuursensorchip aan boord. Deze elektronische temperatuursensor bevindt zich op de PCB binnen in de sensoreenheid en meet dus de massatemperatuur van de draadloze sensor. Er zal bijgevolg een kleine vertraging zijn tussen de oppervlaktetemperatuur van de sensoreenheid en de temperatuur die binnenin gemeten wordt.

Q13: Wat betekent deze boodschap in mijn browser: “Error: Could not connect to peer server xxxxxxx”?

Deze boodschap verschijnt als uw browser geen contact kon maken met de iQunet server via internet. Hoogstwaarschijnlijk is er probleem met de netwerkconnectie van de server. In zeldzame gevallen moet de firewall van het bedrijf ingesteld worden om onze relay server te laten connecteren met de iQunet server binnen in het bedrijfsnetwerk. Gelieve ons te contacteren voor verdere instructies.

Q14: Wat is het IP-adres van de iQunet server in mijn netwerk?

Het huidige IP-adres van de server in het netwerk kan eenvoudig gevonden worden: klik op de 3 balkjes onder het iQunet-logo in het sensordashboard. Het linkerpaneel zal open schuiven. Klik op “Ethernet-802.3” en de gevraagde informatie verschijnt.

Q15: Ik zou de iQunet server graag een vast IP-adres geven. Is dit mogelijk?

Ja, dat is mogelijk. Connecteer met de iQunet server via het sensordashboard. Open het linkerpaneel in het dashboard door op de 3 balkjes onder het iQunet-logo te klikken. Klik op “Ethernet-802.3” en verander de instelling van laag 3 in het netwerkprofiel.

Q16: Waarom zijn de iQunet trillingssensoren niet gekalibreerd?

iQunet trillingssensoren worden niet gekalibreerd omdat de kalibratie enkel geldig is voor een bepaalde frequentie en temperatuur. Aangezien deze parameters in een reële industriële omgeving nooit constant gehouden kunnen worden en een kalibratieprocedure per sensor bovendien duur is, kiest iQunet voor een meer praktische aanpak.

In plaats van elke sensor één keer per jaar te (her)kalibreren, houdt iQunet, naast het tijdssignaal, verschillende trends van het vibratiesignaal bij (bijvoorbeeld RMS). Op basis van deze trends kunnen afwijkingen automatisch gedetecteerd worden, daar waar bij een eenmalige meting gewerkt moet worden met op voorhand vastgelegde grenswaardes. Aangezien de sensor niet verwijderd moet worden voor kalibratie, kan hij bovendien op een identieke plaats gemonteerd blijven. Dit leidt tot consistente trend tracking metingen. Aangezien de iQunet sensoren volledig draadloos werken, is er ook geen risico op een variabel contactoppervlak, een gewijzigd meetpunt, storingen over de bekabeling, of zelfs een foutief uitgevoerde meting. Machineproblemen op korte termijn kunnen dus sneller gedetecteerd worden, ook zonder kalibratie.

Aangezien de sensor niet gekalibreerd moet worden, zijn de onderhoudskosten per sensor veel lager en kan het sensorontwerp tevens eenvoudiger gehouden worden wat resulteert in een lager stroomverbruik en een langere levensduur van de batterijen.

De piekfrequenties in het spectrum zijn bovendien ook afhankelijk van het toerental. Zelfs bij een theoretisch constant toerental zal er in het spectrum een ongekende verschuiving zichtbaar zijn door variabele motorbelasting, variaties in de frequentiesturing van de motor, enz. Deze verschuivingen zijn echter constant over het hele spectrum. Hierdoor kan men in het spectrum gebruik maken van ordes van de fundamentele frequentie (1X, 2X, 3X, enz.). Hetzelfde principe geldt voor een niet gekalibreerde iQunet sensor.

Q17: Hoe connecteer ik met de iQunet server?

Verbind de iQunet server met de 230V-hoofdvoeding en indien beschikbaar, met het netwerk.

 

Zoals getoond in de onderstaande afbeelding zijn er verschillende opties om verbinding te maken met de server.

  1. Via WiFi hotspot. Het IP-adres van de server is altijd 192.168.42.1. Een actieve netwerkverbinding is optioneel.
  2. Via local access (LAN) waar de server en de cliëntserver zich op hetzelfde subnet bevinden.
  3. Via WiFi (WLAN). Een actieve draadloze netwerkverbinding is vereist.
  4. Via WebRTC (rtc.iqunet.be). Dit werkt alleen voor de dashboard GUI. Een actieve netwerkverbinding is vereist.
  5. Via Hamachi commerciële VPN (vanaf softwareversie 1.2.12). Een actieve Hamachi-netwerkconnectie is vereist.

 

De poorten liggen op alle luisterende interfaces vast: 8000 voor het dashboard en GraphQL, 4840 voor OPC UA, 9001 voor de supervisor (pw: admin / admin) en poort 22 voor SSH.

 

 

Belangrijke opmerking: als u gelijktijdig meerdere verbindingen gebruikt, heeft de Ethernet-interface voorrang op de WiFi-interface. De Ethernet-interface is de geprefereerde verbinding. De WiFi-interface kan ook worden gebruikt als er geen Ethernet beschikbaar is. In dat geval moet u de “Auto Off”-optie van de hotspot in het “Wireless – 802.11”-configuratiescherm inschakelen, zodat de hotspot onmiddellijk wordt uitgeschakeld wanneer er een WiFi-verbinding wordt gedetecteerd.

 

 

1 Hotspot

 

Als er geen netwerkconnectie beschikbaar is, kan u de hotspotfunctionaliteit van de iQunet server gebruiken. Uiteraard kan u deze functionaliteit ook gebruiken als er wel een actieve netwerkconnectie beschikbaar is.

 

Plaats de server binnen het WiFi-bereik van uw PC en zoek naar de hotspotnaam (bv. SERN-xxxxxxxxxxxx) in het netwerkcenter van uw computer. Uiteraard moet de WiFi op uw PC geactiveerd zijn. Selecteer de hotspot en maak er verbinding mee. Het paswoord van de hotspot is de Sensor Proxy ID (bv. server-xxxxxxxx). Deze ID staat op uw iQunet server geschreven. Eens u verbonden bent met de hotspot, kan u een verbinding maken met de iQunet server door te surfen naar 192.168.42.1:8000/dashboard/app. Wij raden het gebruik van de Chrome-browser aan.

 

2 Local Access

 

Zoek het huidige IP-adres van de server in het lokale netwerk op. Het huidige IP-adres is te vinden zoals uitgelegd in Q14. Kopieer dit IP-adres en vervang de “xxx.xxx.xxx.xxx” in http://xxx.xxx.xxx.xxx:8000/dashboard/app met dit adres.

 

Controleer dat uw computer en de server zich op hetzelfde netwerk bevinden door bijvoorbeeld de netwerkinstellingen van uw computer te controleren of door het adres van de server te pingen. Het is ook noodzakelijk dat beide cliënten rechtstreeks met elkaar verbinding kunnen maken. Sommige netwerkconfiguraties laten dergelijke verbindingen niet toe, zelfs wanneer zowel de computer als de server zich op hetzelfde subnet bevinden.

 

3 WiFi

 

Om een WiFi-verbinding tot stand te brengen moeten de “Wireless-802.11”-instellingen in het iQunet sensordashboard gewijzigd worden. Vanaf softwareversie 1.2.6 kan dit via een bekabelde verbinding en via de hotspot. Voor eerdere versies is een bekabelde verbinding met internet vereist.

 

Maak een verbinding met het sensordashboard (via hotspot, Local Access of WebRTC). Klik op de 3 balkjes onder het iQunet-logo en open het “Wireless-802.11”-controlepaneel. Selecteer uw WiFi-netwerk in de “SURVEY”-sectie. Schakel de encryptie in in “Layer 2 – Security”. Vul uw netwerksleutel in. Klik op de “Save”-knop. Als u een bekabelde verbinding gebruikt heeft, ontkoppel dan de Ethernet-kabel.

Plaats de iQunet server met het gekoppelde basisstation op de gewenste plek binnen het bereik van het geselecteerde WiFi-netwerk.

 

4 WebRTC

 

Als er een netwerkconnectie beschikbaar is, kan u met de server verbinden via rtc.iqunet.be. WebRTC werkt enkel voor de dashboard GUI.

De eerste keer dat u verbinding maakt via rtc.iqunet.be, zal er u gevraagd worden om zich te identificeren door middel van een Google account. Deze identificatie is er om ons te verzekeren dat u geen webrobot bent.

 

 

Om in te loggen op het iQunet sensordashboard, zal u een Cloud API Key en een Sensor Proxy ID moeten invullen (API Key en Sensor Proxy ID worden u door iQunet gegeven). De Sensor Proxy ID staat eveneens op uw iQunet server geschreven (bv. server-xxxxxxxx).

 

 

5 Hamachi

 

In het “Hamachi – VPN” -paneel kan er een verbinding gemaakt worden met een bestaand actief VPN-netwerk. Open het “Hamachi – VPN” -paneel door op de drie balkjes onder het iQunet-logo te klikken. Voeg het VPN-netwerk toe door op het plusteken te klikken in het gedeelte “Peer networks”. Voor meer informatie over het creëren van een Hamachi VPN-netwerk en het instellen van zijn parameters, kan u sectie 12 in onze gebruikershandleiding op https://iqunet.com/support/#more-info raadplegen.

 

 

Voer het netwerk ID in en klik op de “Join”-knop.

 

 

Accepteer de iQunet server als een lid van het Hamachi-netwerk in de “Join Requests”-sectie van het netwerk.

 

 

Stel de SERN-xxxxxxxxxxxx in als hub door op “Add/Remove members” te klikken. Vink de “Hub”-box aan en klik op “Save”.

 

 

Let er op dat uw computer ook met hetzelfde Hamachi-netwerk verbonden is. Zowel uw PC als de iQunet server moeten in de lijst van netwerkleden staan met de iQunet server als hub.

 

 

Als uw PC nog niet toegevoegd is aan het netwerk, open dan de Logmein Hamachi software en selecteer “Verbinden met een bestaand netwerk” onder de netwerk-tab. Vul het netwerk ID in en vraag toestemming om lid te worden van het netwerk. Accepteer uw PC als netwerklid in de “Join Requests”-sectie.

 

 

Selecteer opnieuw het “Hamachi – VPN”-paneel in het iQunet sensordashboard. Het VPN-netwerk zou nu in de lijst van peer netwerken moeten verschijnen. Opmerking: de lijst van peer netwerken wordt niet automatisch bijgewerkt aangezien Hamachi geen waarschuwing geeft wanneer er wijzigingen plaats hebben gevonden. Daarom is het noodzakelijk om het “Hamachi – VPN”-paneel opnieuw te openen om de lijst met peer netwerken bij te werken.

U kan hier nu ook het IP-adres van het VPN-netwerk vinden. Kopieer dit IP-adres en vervang de “xxx.xxx.xxx.xxx” in http://xxx.xxx.xxx.xxx:8000/dashboard/app met dit adres.

 

Q18: Hoe start ik de data-acquisitie?

Van zodra u met de iQunet server verbonden bent, kan u de instellingen van de sensoren in het sensordashboard aanpassen aan uw eigen noden en de data-acquisitie starten.

Bij de trillingssensor kan u bijvoorbeeld de bemonsteringssnelheid, meetas, aantal samples, enz. aanpassen. Start de data-acquisitie ofwel door manueel op de “REC”-knop te drukken (“REC”-knop in de “MEMS Vibration Setup”-sectie) ofwel door de automatische metingen te activeren waarbij u de tijd tussen twee metingen instelt (“Auto Measurements”-sectie).

 

 

De opgenomen trillingsdata kan in het iQunet sensordashboard bekeken worden door het “Vibration Lab”-paneel te openen. Klik op de “vLab”-knop in de “Vibration Download”-sectie om dit paneel te openen.

 

 

 

Q19: Hoe kan ik data van de OPC UA server afhalen?

Opmerking: voor meer informatie over hoe u variabelen kan adresseren, kan u de OPC UA-handleiding downloaden in de supportsectie op onze website (https://iqunet.com/support/).

 

Alle opgeslagen data kan opgehaald worden via de ingebouwde OPC UA server. De OPC UA server luistert op elke connectie op poort 4840 ongeacht of er via kabel, hotspot of WiFi verbonden wordt.

 

Als u de hotspotconnectie gebruikt, zal dit dus 192.168.42.1:4840 zijn.

 

Bij een ander type connectie moet u het IP-adres van de iQunet server gebruiken (xxx.xxx.xx.xx:4840). Het IP-adres van de server wordt verstrekt door uw DHCP server. De aanbevolen manier van werken is om uw DHCP server zo in te stellen dat hij een static lease voorziet. Het huidige IP-adres van de server in het netwerk kan eenvoudig gevonden worden door op de 3 balkjes te klikken onder het iQunet-logo in het sensordashboard. Selecteer “Ethernet-802.3” in het linkerpaneel en het IP-adres zal zichtbaar worden.

 

Het is ook mogelijk om een ​​statisch IP-adres in te stellen in het “Ethernet-802.3”-paneel. De server start dan een virtuele netwerkinterface op en zal gelijktijdig vanaf twee IP-adressen werken (het statische IP-adres en de normale DHCP lease). U kunt dan zowel het statische IP-adres als het DHCP-adres gebruiken voor de verbinding met de OPC UA server.

 

Om de data via OPC uit te lezen, kan er bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van UA Expert.

Open UA Expert en klik op Server –> Add.

 

 

Dubbelklik op “Double click to Add Server” en vul het IP-adres aan achter opc.tcp://. Klik OK.

 

 

Selecteer deze toegevoegde server nu in de lijst met servers. Alle sensoren die met deze server verbonden zijn, verschijnen nu in de “Address Space”.

 

 

Klik op de macId van de sensor om alle mogelijke attributen van de sensor te zien.

 

 

Voeg een document toe om bijvoorbeeld de boordtemperatuur uit te lezen (Document –> Add). Selecteer “History Trend View” als documenttype en klik “Add”.

 

 

Sleep het “boardTemperature”-attribuut naar het configuratievenster.

 

 

De temperatuur uitlezen kan via een enkele update die alle waardes tussen twee tijdstippen ineens ophaalt of via een cyclische update die om de vooraf ingestelde tijd (update interval) de data over de ingestelde tijdspanne (timespan) uitleest.

 

Het “accelerationPack”-attribuut bevat de onbewerkte data-samples. Het “accelerationPack”-formaat is als volgt:

1/ numSamples: n = #samples

2/ accelArray: rawSample[0:n-1]

3/ sampleRate: bv. 400 = 400Hz

4/ formatRange: bv. 4 = +/-4g (hardware-instelling van de accelerometer IC)

5/ offset: niet gebruikt, 0 (hardware-offset van de accelerometer IC)

6/ encoded_axis: X = 0, Y = 1, Z = 2

7/ prescaler: niet gebruikt (enkel indien geen compressie in debug-mode)

8/ compression: niet gebruikt (0 = geen compressie in debug-mode, 1 = compressie)

 

U zal zien dat de eerste 7 samples van de accelArray (aan de start van elke meting) een transiënt vertonen vanwege het opstartgedrag van het compressiealgoritme. Omdat bij de berekening van de DFT en de RMS een Hanning-venster wordt gebruikt, wordt dit verschijnsel automatisch onderdrukt en heeft het dus geen verdere impact.

 

De omrekening van de accelArray naar g’s is als volgt:

 

Omrekening van rawSample[0:n-1] naar [g]:

 

gSample = rawSample[0:n-1]/512.0*formatRange [g]

gTimes = [0:n-1]/sampleRate [sec]

Q20: Hoe kan ik data exporteren naar Google Sheets/Excel?

Vanaf softwareversie 1.2.8 kunt u de Google Sheets-exportfunctie of de Data Explorer-exportfunctie gebruiken om gegevens naar Google Sheets of Microsoft Excel te exporteren.

Belangrijke opmerking: voor eerdere versies is alleen de Google Sheets-exportfunctionaliteit beschikbaar.

 

Met de Google Sheets-exportfunctionaliteit

 

Verbind met de server via WebRTC zoals beschreven in Q17. Eens u verbonden bent met de iQunet server, kan u bijvoorbeeld de opgenomen trillingsdata bekijken in het “Vibration Lab”-paneel. Klik op de “vLab”-knop in de “Vibration Download”-sectie om dit paneel te openen.

 

 

Klik op de “Sheets”-knop om de data te exporteren naar Google Sheets.

 

 

Door op de “Sheets”-knop te klikken wordt er een Google spreadsheet aangemaakt in de account die u bij login gebruikt heeft om u te identificeren.

 

 

Ga naar Google Sheets. Hier kan u het bestand vinden dat u gecreëerd heeft van deze sensor door op de “Sheets”-knop te drukken. De data wordt elke keer vernieuwd als u in dezelfde grafiek op de “Sheets”-knop klikt. Wanneer u nieuwe dataparameters van dezelfde sensor exporteert, zullen er nieuwe tabs ontstaan in hetzelfde bestand.

 

 

Open het aangemaakte bestand om de datapunten te bekijken of gebruik plug-ins om de data te analyseren. Het bestand kan met andere mensen gedeeld worden door op de blauwe knop in de rechterbovenhoek te klikken. Gedeelde bestanden worden eveneens aangevuld met nieuwe data zodra deze beschikbaar is.

Het is ook mogelijk om de data op te slaan als Microsoft Excel-formaat. Selecteer “File” en kies “Download as”. Kies het “.xlsx”-formaat.

 

 

Met de Data Explorer-exportfunctionaliteit (vanaf versie 1.2.8)

 

Maak verbinding met de iQunet-server via WebRTC of http://xxx.xxx.xxx.xxx:8000/dashboard/app (zie Q17 voor alle connectie-mogelijkheden). Open het “Data Explorer”-controlepaneel in het iQunet sensordashboard door op de 3 strepen onder het iQunet-logo te klikken. Selecteer een sensor en bijbehorend attribuut aan de linkerzijde.

 

 

De data voor dit attribuut wordt in CSV-formaat in het tekstvak aan de rechterkant geladen. Klik op “Save As …” om de gegevens als een CSV-bestand naar uw schijf te downloaden. Voor een grote hoeveelheid data kan het laden van de gegevens enkele minuten duren. Het gedownloade CSV-bestand kan in Microsoft Excel worden geïmporteerd via het tabblad “Data” of worden geopend in Google Sheets.

 

Q21: Hoe kan ik data van de GraphQL server afhalen?

De GraphQL API’s zijn toegankelijk via http://xxx.xxx.xxx.xxx:8000/graphql. Als u via de hotspot verbinding maakt, moet u 192.168.42.1 gebruiken voor toegang tot de API’s. Als u via het internet verbindt, moet u het IP-adres van de server gebruiken in plaats van dat van de hotspot. Het huidige IP-adres van de server in het netwerk kan gevonden worden zoals uitgelegd in Q14. Kopieer dit IP-adres en vervang de “xxx.xxx.xxx.xxx” in http://xxx.xxx.xxx.xxx:8000/graphql door dit adres.

 

Belangrijke opmerking: wanneer u via de hotspot verbindt met de GraphQL ontwikkelingsinterface, dan heeft de server nog steeds een werkende internetconnectie nodig om bepaalde browserbibliotheken van CDN te kunnen downloaden. Deze vereiste zal in latere versies worden geschrapt.

 

Alle documentatie over de API’s kan u vinden in de Documentation Explorer aan de rechterzijde op http://xxx.xxx.xxx.xxx:8000/graphql.

Klik op “Docs” in de rechterbovenhoek om deze Documentation Explorer te openen. Hier kan u een lijst vinden met alle beschikbare queries en mutations.

 

 

 

Om bijvoorbeeld trillingsdata op te halen moet u eerst de exacte tijdstempel hebben. Deze kan u vinden via “vibrationTimestampHistory”. Gebruik deze tijdstempel daarna om de “vibrationArray” die u nodig heeft op te halen.

 

{

deviceManager {

device(macId: “78:47:8e:af”) {

__typename

… on GrapheneVibrationCombo {

vibrationTimestampHistory(limit:10)

}

}

}

}

 

Bovenop het exacte tijdstip moet u specificeren welke velden u uit de “vibrationArray” wil ophalen.

 

{

deviceManager {

deviceList {

parent

macId

tag

}

device(macId: “78:47:8e:af “) {

__typename

… on GrapheneVibrationCombo {

lastSeen

vibrationTimestampHistory

vibrationArray(isoDate: “2018-03-08T09:12:48.681441+00:00”) {

axis

numSamples

sampleRate

rawSamples

formatRange

}

}

}

}

}

 

Het resultaat van deze “vibrationArray”-request is een onbewerkte “AccelerationPack“-structuur. Dit object bevat de volgende data-elementen:

AccelerationPack =

  • numSamples: aantal samples in de trillingsdatavector
  • rawSamples: onbewerkte, ongeschaalde trillingsdatavector
  • sampleRate: [Hz]
  • formatRange: gevoeligheid tijdens opname (e.g 4 == ±4g)
  • axis: ‘X’, ‘Y’ of ‘Z’

 

 

Houd er rekening mee dat het “rawSamples”-deel de onbewerkte trillingsdata bevat en dat deze nog naar g-eenheden moet geconverteerd worden.

 

Onbewerkte trillingsdata -> Acceleratie[g]

De onbewerkte trillingsvector kan naar acceleratie g-eenheden omgezet worden met de volgende formule, (n == numSamples):

Accel[g]=rawSamples[1..n]/512.*formatRange

Times[s]=[0:n-1]./sampleRate

Q22: Hoe kan ik data afhalen met Python of Matlab?

De iQunet data kan opgehaald worden via OPC UA, Google Sheets/Excel of GraphQL. Voor alle drie opties is er ook de mogelijkheid om de extractie in Matlab en/of Python te doen.

 

Voor OPC UA communicatie in Python kan de OPCUA library gebruikt worden (https://python-opcua.readthedocs.io/en/latest/index.html). U kan enkele voorbeeldscripts hiervan vinden op onze Githubpagina (https://github.com/iqunet/sern). Matlab biedt eveneens een extensie aan om rechtstreeks data uit OPC UA uit te lezen (https://nl.mathworks.com/products/opc.html en https://nl.mathworks.com/pricing-licensing.html?prodcode=OT).

 

De Excel-bestanden die u met de “Sheets”-knop in het iQunet dashboard aangemaakt heeft (zie Q20), kunnen in Python ingelezen worden met de Pandas library (https://pandas.pydata.org/pandas-docs/stable/generated/pandas.read_excel.html) of de xlrd library (http://xlrd.readthedocs.io/en/latest/api.html). In Matlab kan u gebruik maken van de xlsread-functie (https://nl.mathworks.com/help/matlab/ref/xlsread.html).

De CSV-bestanden die u hebt aangemaakt met de “Data Explorer”-functie (alleen beschikbaar vanaf versie 1.2.8), kunnen in Python worden ingelezen met behulp van de standaard csv-bibliotheek (https://docs.python.org/3/library/csv.html). In Matlab kunt u de csvread-functie gebruiken (https://nl.mathworks.com/help/matlab/ref/csvread.html).

 

Voor GraphQL kan de gql library van Python gebruikt worden (https://github.com/graphql-python/gql). Zorg ervoor dat u de laatste versie van Github installeert (met pip kan u het volgende commando gebruiken: pip install -e git+git://github.com/graphql-python/gql.git#egg=gql). U kan op onze Githubpagina 2 Python voorbeeldscripts vinden voor het gebruik van gql. Voor Matlab is er momenteel geen extensie of toolbox voor GraphQL beschikbaar.

Q23: Is het mogelijk om verbinding te maken met WiFi als er geen bekabelde verbinding beschikbaar is?

Ja, dit is mogelijk! Vanaf softwareversie 1.2.6 kunt u ook de hotspot gebruiken in plaats van de bekabelde verbinding om de draadloze verbinding tot stand te brengen.

Zodra de iQunet server op het 230V-net aangesloten wordt, wordt er automatisch een WiFi hotspot gecreëerd. Om de hotspot te gebruiken moet u de hotspot (SERN-xxxxxxxxxxx) selecteren in uw netwerkcenter. Klik op “Connect”. Het paswoord van de hotspot is de Sensor Proxy ID (server-xxxxxxxx). Deze ID staat op uw iQunet server geschreven.

Surf naar http://192.168.42.1:8000/dashboard/app. Klik op de 3 balkjes onder het iQunet-logo en open het “Wireless-802.11”-controlepaneel.

Selecteer uw WiFi-netwerk onder de “SURVEY”-titel. Schakel de encryptie in “Layer 2 – Security” in. Vul uw netwerksleutel in. Klik op de “Save”-knop.

De hotspot wordt nu omgeleid via uw WiFi-verbinding.

Q24: Wat is het verschil tussen de temperatuurlogger en de ingebouwde temperatuursensors?

Al onze industriële sensoren hebben een temperatuursensor aan boord. Deze ingebouwde temperatuursensoren hebben een meetbereik van -20°C tot +70°C en een nauwkeurigheid van +-0,5°C (max). De temperatuur wordt automatisch elke 15 minuten opgeslagen. Deze sensoren moeten ten allen tijde binnen het draadloze bereik van het basisstation blijven (dus in contact zijn met het basisstation).

 

Onze temperatuurlogger heeft een meetbereik van -10°C tot +85°C en een nauwkeurigheid van  +-0,4°C (max). Deze sensor kan de temperatuurgegevens aan boord opslaan en kan dus blijven loggen zelfs als deze zich buiten het bereik van het basisstation bevindt (bijvoorbeeld om de koude keten voor voedseltransport op een vrachtwagen op te volgen). Wanneer de sensor terug binnen het bereik van het basisstation komt, zal de sensor de opgenomen gegevens vrijgeven aan het basisstation en deze opslaan op de iQunet server.

Q25: Wat gebeurt er als het wakeup-interval groter is dan het queue-interval van de sensor?

Het wakeup-interval is een interne parameter van de iQunet sensors en geeft het maximale tijdsinterval aan waarbinnen de sensor de slaapstand moet verlaten en contact moet opnemen met het basisstation om zijn geplande taken op te vragen. Als er geen taak is gepland voor deze sensor of als het basisstation niet kon worden gecontacteerd (bijvoorbeeld omdat het basisstation buiten bereik is), keert de sensor terug naar slaapstand voor de duur van het wakeup-interval. Het doel van dit wakeup-interval is om de levensduur van de batterij te verlengen.

Het queue-interval definieert de tijdspanne tussen twee automatische metingen.

Wanneer het wakeup-interval groter is dan het queue-interval, zullen de metingen slechts plaatsvinden wanneer de sensor uit slaapstand gaat. Wanneer de sensor wordt geactiveerd, neemt deze contact op met het basisstation voor de lijst met nog uit te voeren metingen.

Q26: Hoe connecteer ik via WebRTC?

Belangrijke opmerking: zorg ervoor dat u de Chrome-browser gebruikt. Andere browsers hebben mogelijk een beperkte ondersteuning voor WebRTC, maar in de toekomst zal deze compatibiliteit toenemen. Kijk op http://iswebrtcreadyyet.com/legacy.html om te zien of uw browser deze open source-ontwikkeling ondersteunt. We testen momenteel alleen met Chrome.

 

Het is mogelijk om verbinding te maken via local access of remote access.

 

  1. Local access

Het dashboard van de iQunet webserver luistert op poort :8000 op het IP-adres dat wordt geleverd door uw DHCP-server. Het is echter geen goed idee om deze webserver direct op het internet te plaatsen. Je kunt deze natuurlijk omleiden via je eigen VPN-verbinding.

 

  1. Remote access

Voor externe verbindingen (rtc.iqunet.be) is er geen set-up nodig van port-forwarding of gerelateerde technologieën. De server zal een uitgaande verbinding maken om zichzelf aan te melden aan onze signalisatieserver (peer.iqunet.lu, SSL-poort 80 en 443).

Vanaf dat moment neemt de ingebouwde WebRTC-technologie in uw browser het over en probeert een directe of indirecte verbinding tot stand te brengen. Gegevensverkeer zal vanaf dan niet meer langs onze systemen passeren (behalve gecodeerd verkeer over de fallback-relay-server waar we geen toegang tot hebben).

 

Als de verbinding mislukt, kan dit een probleem zijn van:

  1. Signalering: uw browser (of iQunet server) kan geen contact maken met peer.iqunet.lu SSL-poort 80/443.
  2. WebRTC-dataverkeer: uw computer (of iQunet server) bevindt zich achter een zeer strikte firewall die alle UDP, STUN, TURN enz. tegenhoudt.

 

U kunt deze connectieproblemen hier controleren: https://test.webrtc.org/

Er moet minstens één werkende optie zijn onder de “Connectivity”-tab.

 

 

Hier kunt u meer informatie over verbindingsproblemen vinden: Troubleshooting WebRTC connection issues

Q27: Waarom zijn mijn instellingen verloren na het uit- en aanschakelen?

Om te voorkomen dat de database corrupt zou worden na stroomuitval en om vroegtijdige slijtage van de SD-kaart door het veelvuldig schrijven van kleine datablokken te voorkomen, wordt de interne database gebruikt in WAL-modus (write ahead logging). Dit betekent dat de datatransacties niet onmiddellijk uitgevoerd worden maar eerst worden opgeslagen in kleine shared-memory bestanden. Deze bestanden worden naar de hoofddatabase geschreven om de 900 secondes of om de 1000 databasetransacties, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet.

 

Omdat er in het dashboard momenteel geen mogelijkheid voorzien is om een transactie naar de database te forceren, raden we aan om 15 minuten te wachten voordat u het systeem uitschakelt zodat de time-out verstreken is en de instellingen naar de database zijn geschreven. We zoeken naar een oplossing hiervoor voor een toekomstige release.